De Singel
Aanvraag tot bescherming als monument van de hele huizenrij en straat, gelegen aan De Singel te 8200 St.- Andries / Brugge.

Dit patrimonium is opgenomen in de Inventaris Bouwkundig Erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, gemeente Brugge, deelgemeente Sint-Andries, p. 178-179-180, als niet-beschermd waardevol erfgoed.

Kadastrale gegevens : het betreft een straat en een huizenrij, 92 m lang, opgevat als eenheidsbebouwing, bestaande uit 16 aaneengesloten huizen, gebouwd te St.-Andries / Brugge in 1908 op de volgende perceelnummers : ( zie bijlage 1 hierboven) D 0383 P 4 ; D 0383 V 4 ; D 0383 Y 4 ; D 0383 F 3 ; D 0383 E 3 ; D 0383 D 3 ; D 0383 C 3 ; D 0383 W 4 ; D 0383 W 2 ; D 0383 X 3 ; D 0383 W 3 ; D 0383 Z 2 ; D 0383 Z 3 ; D 0383 N 4 ; D 0383 P 2 ; D 0383 R 4. Huizen en straat werden gebouwd op privaat terrein. Kadastraal behoort de straat nog steeds tot de resp. privé-eigendommen, maar heeft nu een openbaar karakter.

Lokalisatie:

deze huizenrij is gelegen aan de buitenvestingsgracht van de stad, tussen Smedenpoort en Boeveriepoort. Een brug over deze smalle gracht verbindt straat en huizenrij met de lage buitenwal, Buiten Boeverievest genaamd. (zie bijlage 2 hieronder)

De Singel is gelegen net op de grens van de Brugse binnenstad, op het grondgebied van de deelgemeente St.-Andries, maar bevindt zich in de bufferzone rond de Unesco-erfgoed kernzone Brugge (zie bijlage 3 hieronder).

De huidige naam Singel was oorspronkelijk Cyngellaan, in het Frans Chemin du Cyngel. De naam Cyngel werd gegeven aan een stuk grond, tussen de dubbele stadsomwalling, die de stad als een singel of ceintuur omgeeft.

Historiek :

- 13e eeuw: de gronden waarop de huizenrij begin 20e eeuw werd gebouwd, zijn gelegen buiten de stadsvesten van 1297, maar binnen de stadspalen ( op de zgn. “paallanden”). Door de akte van 1 mei 1275 werd de nieuwe stadsgrens afgebakend en gaan deze gebieden deel uitmaken van het Brugse stadsgebied.

 

- Tussen 1305 en 1796 is dit buitengebied van Brugge onveranderd gebleven. De Brugse randgemeenten bestaan sinds 1796. Onder het toenmalig Franse bewind werden delen van de Brugse paallanden gevoegd bij bestaande parochies. Zo behoorde de latere Singel tot de randgemeente St.-Andries. (zie bijlage 4 hieronder kaart van Marcus Gerards)

- Op 19/6/1841 worden 74 aren hovenierslanden sectie D 383, eigendom van grootgrondbezitter Joseph Herry uit Gent, verkocht aan Louis De Pachtere. Deze onbebouwde strook was aan de westkant afgezet met hagen en paalde er aan de Vestenstraat; aan de noordkant palend aan de eigendom van de Sociëteit Desele uit Doornik; in het oosten begrensd door de vesten van de stad Brugge; ten zuiden palend aan de waterloop die de afscheiding is met het volgende perceel.( zie bijlage 5 hieronder, Popp-plan St Andries, rond 1842 )

 

.

- Uit perceelmutaties in het kadaster blijkt dat het echtpaar De Pachtere-Veys rond 1851 een huis liet bouwen op deze gronden. Het is het huidige huis De Singel nr 1. Deze woning behoort niet tot de bedoelde huizenrij.

- Op 2/7/1867 werden de 74 aren, bebouwd met huis en bijgebouwen, tuin en boomgaard verkocht aan het echtpaar Louis Robyn-Hebbelynck Hennefreund. Kadasternummers sectie D 383a en 383b. - Op 20/7/1874 werd het huis en bijbehorende tuin en boomgaard verkocht aan de heren Paul en Charles Steinmetz. Zij zijn de zonen van John Steinmetz, bekend van de verzameling prenten in het Steinmetzkabinet van de Brugse stedelijke musea.

- Op 24/8/1874 vragen de gebroeders Steinmetz het gemeentebestuur van St.-Andries de toestemming voor het bouwen van een mechanische leertouwerij. Deze nieuwe fabriek, Société P.& Ch. Steinmetz werd gebouwd aan de noordkant van het perceel D 383 ( zie bijlage 6 hieronder). Na het overlijden van Paul Steinmetz, was Charles nu alleen zaakvoerder. De erfgenamen van Paul bleven mede-eigenaars. Intussen was het leertouwen stopgezet en werden in de fabrieksgebouwen nu borstels vervaardigd. Er wordt een nieuw fabrieksgebouw bijgebouwd op de percelen D 383t, 383p en 383w.

- Op 23/10/1896 werd de borstelfabriek Charles Steinmetz omgevormd in de nieuw opgerichte Naamloze Vennootschap Fabrique Anglo-Belge de Brosses et Bobines. De grond en de gebouwen werden eigendom van de NV. Het nodige kapitaal daartoe werd ingebracht door 21 aandeelhouders. In datzelfde jaar kocht de NV het naburige perceel D 382.

- Op 18/7/1899 werd de nv Fabrique Anglo-Belge de Brosses et Bobines opgeheven. De gebouwen werden verkocht, waaronder de borstelfabriek deels gebouwd op D 383p. Koper was Camille Hoste, gemeentesecretaris van Pittem.

- Op 28/7/1900 verkoopt Hoste o.a. perceel 383p door aan Robert Dochy, advocaat te Brugge. Intussen waren de fabrieksgebouwen gesloopt en vermeldt deze verkoopakte dat het gaat om onbebouwde grond.

- De percelen werden onder de 21 aandeelhouders verdeeld en gebruikt als tuinbouwgrond.

- Charles Steinmetz had als hobby het kweken van planten. In 1890 richtte hij een bloemisterij op, op een strook die zich uitstrekte vanaf de Singel, naast zijn woning tot aan de huidige Stationslaan. Hij had een tiental serres o.a. op perceel D 383v. waarin hij orchideeën, palmen en laurieren kweekte. Hij had een zeer goede samenwerking met Frederick Sander, die aan hofbouw deed op de aanpalende gronden van Steinmetz.

- Op 24/8/1900 werd de Naamloze Vennootschap Compagnie Horticole opgericht met 12 aandeelhouders, waaronder Edouard Van Belle, ingenieur uit Brugge. De NV beschikte o.a. over perceel 383p.

- In 1904 komt een nieuwe (huidige) brug over de gracht, het plan werd getekend door Gustave Van Belle, broer van Edouard. In 1953 werd de brug gerestaureerd.

- Vanaf 1906 groeien concrete plannen om de Singel en de daarachter liggende Korte Vesting te verkavelen, en dit op vraag van Edouard Van Belle.( zie bijlagen 7 en 8 hieronder)

- Pas in 1908 kan Van Belle een aantal van de percelen aankopen. Op een braakliggend stuk wordt een bouwterrein voorzien, rechts grenzend aan de eigendom van de brouwersfamilie Floor en links aan het eigendom van Steinmetz.

- In 1908 worden plannen voor de volledige gevelrij ingediend bij het gemeentebestuur van St.-Andries. De plannen worden goedgekeurd en de realisatie van de gevelrij gebeurd in 4 fases. De brug werd in deze periode ook afgesloten met een poort. (zie bijlage 9 hieronder)

- Vanaf 1911 worden de nieuwgebouwde huizen aan verschillende eigenaars verkocht. Erfdienstbaarheid wordt gegarandeerd.

- Op 22/3/1914 overleed Charles Steinmetz. Het tuinbedrijf werd daardoor stopgezet en de serres op de percelen 383v en 383t2 werden afgebroken.

- Tijdens de 20e eeuw werden de meeste huizen gerestaureerd en binnenin verbouwd. De meesten zijn nu in zeer goede staat. Vier huizen echter zijn in zeer slechte staat ( Singel 5 tem 8, zie bijlage 10 hiernaast). Ze werden jarenlang verhuurd als kamers, werden niet onderhouden en staan sinds 1999 leeg. Alle andere woonhuizen zijn eengezinswoningen.

- Singel nr 2 was van 1935 tot 1985 eigendom van kunstschilder Andrée Algrain (1905-1999). Zij behoorde tot één van de laatste kunstenaars uit de Brugse School. Ze trok verschillende kunstenaars aan die samen het huis bewoonden, zoals dichter Jan Busschaert, danseres Bea Dobbelaere, kunstschilder Koen Scherpereel, beeldhouwer Pierre Goetinck. Kunstschilder en hofbouwkundige Jules-Auguste Danlos ( 1882-1955), glaskunstenaar Frédéric Roderburg (1884-1963) en (op nr.10) componist Remi Ghesquière ( 1866-1964) bewoonden een huis langs de Singel.

- De straat was tot in de jaren 1960 een grasplein. Via een voetpad langs het gazon konden de bewoners hun huis bereiken. Het straatdek bestaat nu uit kasseien.

- Het betreft een zeer unieke straat voor Brugge die tot nu toe onveranderd is gebleven ( zie bijlage11 hieronder). In 2005 werd het huis Singel nr 10 gerestaureerd en een opvallend kubusvormig dakelement werd toegevoegd.

Architectuur :

- Op 9/10/1906 vraagt Gustave Van Belle, broer van Edouard, toelating aan het gemeentebestuur van St.-Andries om 8 woningen te bouwen. Op de aanvraag wordt een typewoning voorgesteld, 3 bouwlagen hoog en 3 traveeën breed. Dit ontwerp wordt niet gerealiseerd.

- In 1908 worden nieuwe plannen ingediend. Ze zijn door Gustave Van Belle ondertekend. Deze plannen werden wel gerealiseerd.

- In het Stadsarchief Brugge vindt men de volgende bouwvergunningen: Singel nrs. 2-3: bouwvergunning nr.13/1908 ( villa à construire au Cyngel ) Singel nrs. 4-9: bouwvergunning nr.14/1908 ( Construction de six villas au Cyngel )Singel nr 10 en 14: bouwvergunning nr.12/1908 ( Construction de cinq villas au Cyngel ) Singel nrs. 11-13: bouwvergunning nr.12/1908 ( samen gebouwd met nr.10 en nr.14 ) Singel nrs. 15-17: bouwvergunning niet teruggevonden

- Over de familie Van Belle: Edouard Van Belle (Gent 1863- Assebroek 1940) werkt als meetkundig tekenaar en schatter op de Technische Dienst van de Provincie West-Vlaanderen. Hij verhuist van Brugge ( Kleine Hertsbergestraat ) naar Assebroek ( Steenbrugge ) waar hij schepen van Openbare Werken wordt. Hij huwt tweemaal ( Marie Millecam 1865-1899 en Irma Vandendriessche ). Met Marie heeft hij 5 kinderen waaronder Georges die aannemer is en in 1910 een bedrijf in bouwmaterialen runt aan de Singel. Een andere zoon, Maurice, wordt architect en werkt in 1910 samen met architect Albert Hebbelynck in hun bureau, gevestigd aan de Singel. Dit architectenbureau tekende 3 huizen in Art Nouveau stijl in de Dampoortstraat 139 en de Julius Dooghelaan 70 te St.-Kruis. Edouard Van Belle was in 1900 medeaandeelhouder bij de NV Compagnie Horticole. Hij vatte in 1906 het plan op om de Singel te verkavelen. Zijn broer Gustave Van Belle (1868) woonde in de periode 1890-1900 in bij zijn broer in de Kleine Hertsbergestraat. Edouard Van Belle en / of Gustave Van Belle zijn pas in 1908 eigenaar van de gronden aan de Singel. Gustave zal de uiteindelijke plannen van de huizenrij ondertekenen. Wie van beiden opdrachtgever of ontwerper is, is niet duidelijk.

- De realisatie van de gevelrij, beginnend bij nr 2, wordt in vier fases gedacht en telkens opgevat als een eenheidsbebouwing in historiserende of in eclectische stijl, afwisselend voorzien van trap-, punt- of lijstgevel. De bel-etagewoningen tellen 3 bouwlagen + kelderkeuken, de anderen 3 bouwlagen. De meeste gevels tellen 2 traveeën, nr.2 is het breedste huis met 5 traveeën ( zie bijlage 15). In 1908 gingen de werkzaamheden van start.

- Singel nrs. 2-3: 2 symmetrisch opgevatte gevels in gele baksteen met sierankers in combinatie met arduin. (zie bijlage 12 hieronder)

Singel nrs.4-9: 6 bel-etagewoningen in neoclassicistische of historiserende stijl. Afwisselend gecementeerde lijstgevels en roodbakstenen topgevels. Nr. 9 met bewaarde ijzeren balkonleuning in art nouveau. (zie bijlage 13 hieronder)

Singel nr. 10 en nr. 14: 2 bel-etagewoningen. Bakstenen parement bezet met geglazuurde tegels in wit, bruin en blauw. (zie bijlage 14 hieronder)

Singel nrs. 11-13: 3 bel-etagewoningen met parement van gele baksteen boven een bepleisterde en witbeschilderde plint. Twee lijstgevels flankeren centrale trapgevel; nr. 11 met balkonhekken in art nouveau; nr. 12 op de verdieping een houten erker. (zie bijlage 14 hierboven)

Singel nrs. 15-17: 3 bel-etagewoningen. Een centrale bruinbakstenen tuitgevel met traptop wordt geflankeerd door 2 roodbakstenen lijstgevels. Lijstgevels met ijzeren balkonleuning en houten erker bij de tuitgevel.(zie bijlage 15 hieronder)

Motivatie ter bescherming van de huizenrij als monument van burgerlijke bouwkunst :

1. De Singel heeft een stadslandschappelijke waarde: de gevelrij werd gebouwd aan de buitenvestingsgracht, in de groene gordel van de historische vestingen en in de onmiddellijke omgeving van de historische Smedenpoort. De gevelrij drukt een bijzondere stempel op de omgeving: bereikbaar via een brug en verscholen achter hoogstammige bomen, geven de bouwkundig waardevolle huizen in combinatie met het water en de beplanting van de gracht, sfeer aan de omgeving. Het gaat om een duidelijk herkenbare site, een groene oase, waar de bewoners als het ware afgeschermd zijn van de “buitenwereld”. Dergelijk stadslandschap is in Brugge uniek. Er is een duidelijke samenhang tussen de 16 huizen die samen één geheel vormen. En daarenboven zijn de meeste gevels nog vrij gaaf in hun oorspronkelijke toestand bewaard. Dergelijke karakteristieke structuur, geïntegreerd in een ruime groene omgeving, moet beschermd worden.

2. De Singel heeft een stedenbouwkundige waarde : de inplanting op die plaats is een zeldzaamheid. De gevelrij werd gebouwd op een terrein dat deel uitmaakte van de in de 17e eeuw aangelegde gebastioneerde vestingsgordel rond de stad. In die eeuw werden bastions of stervormige verdedigingssystemen ontworpen die de Bruggeling Simon Stevin (1548-1620) en de Fransman Vauban (1633-1707) perfectioneerden: massale aarden wallen, zwaar metselwerk, een dubbele rij bastions, elke rij beschermd door een brede vestingsgracht, verschenen rond de stad. Net voorbij de huizenrij en het huis nr.1 is nu nog zo’n driehoekig bastion herkenbaar. Eind 18e eeuw besliste het stadsbestuur om de bastions te slopen omdat ze o.a. militair gezien overbodig waren geworden. In de 2e helft van de 19e eeuw maakte het Brugse stadsbestuur systematisch werk van de omvorming van de vesten tot een groene wandeling. Merkwaardig is het dan wel dat in het begin 20e eeuw het private terrein van Edouard Van Belle bouwrijp gemaakt wordt, na het slopen van de fabrieksgebouwen, en dat daar een huizenrij en straat kunnen gerealiseerd worden. Wellicht was dit mogelijk omdat de gronden op St.-Andries lagen. De huizen waren als eengezinswoningen bedoeld en moeten in hun oorspronkelijke staat blijven. Slopen van panden en optrekken van nieuwbouw (ev. appartementen) zou een breuk vormen met de homogeniteit van de rij. Niet alleen de gevels moeten beschermd worden maar ook elke vorm van façadisme moet in de Singel geweerd worden.

3. De Singel heeft een architectuurhistorische en kunsthistorische waarde :

De architectuur van de huizenrij vormt een uitzondering op de 19e eeuwse boulevardarchitectuur in Brugge. Deze boulevardarchitectuur is een eenheidsarchitectuur, neo-classicistisch van stijl en meestal uniform wit. De huizenrij daarentegen vormt een opmerkelijk gevarieerd gevelfront afwisselend in zowel historiserende ( in dit geval neo-Brugse stijl ) als eclectische stijl. Men merkt een ritmische afwisseling van bakstenen top- en trapgevels met bepleisterde lijstgevels, telkens 2 traveeën breed. Per huis is er een bredere en een smallere travee, de smalle travee ter hoogte van de inkom, die afwisselend nu eens links, dan rechts is geplaatst. Segment- en rondboogopeningen zorgen voor een boeiende afwisseling.

In de gevelrij zijn ook talrijke vernieuwende tendensen zichtbaar: de gevels worden kleurrijker door het gebruik van verschillende streekeigen bouwmaterialen. Zoals Singel 2-3: gele baksteen in combinatie met arduin, witte belijnende banden op de verdieping ( zie bijlage 12); Singel 4-9: afwisselend gecementeerde lijstgevels en roodbakstenen topgevels (zie bijlage 13); Singel 10 en 14: bakstenen gevels met geglazuurde tegels in wit, bruin en blauw ( zie bijlagen 14). Het gebruik van tegels is typisch voor de kustarchitectuur van voor WO1. Singel 11-13: gele baksteen boven een bepleisterde en witbeschilderde plint ( zie bijlagen 14); Singel 15-17: bruinbakstenen tuitgevel wordt geflankeerd door twee roodbakstenen lijstgevels ( zie bijlage 15).

Nieuwe materialen werden aangewend zoals smeed- en gietijzer. Singel 2-3: sierankers ( zie bijlage 12); Singel 4-9: bewaarde ijzeren balkonleuning; Singel 10 en 14: balkonvenster met gietijzeren leuning; Singel 15-17: lijstgevels met ijzeren balkonleuning. Singel 9: ijzeren balkonleuning in art nouveau ( zie bijlage 13, uiterst rechts). In deze gevelrij werden ook loggia’s of erkers toegepast, als een vernieuwende tendens. Erkers zijn overdekte balkons die uit het gevelvlak springen Ze geven meer licht en bieden een overzicht over de straat. Singel 12 en 16: op de verdieping een houten erker ( zie bijlagen 14-15).

Omwille van zijn architectuurhistorische waarde dient de Singel beschermd te worden: het is een karakteristieke en gaaf bewaarde site uit het begin van de 20e eeuw. Kunsthistorisch is de Singel waardevol: opgetrokken in afwisselend eclectische en historiserende stijl is het een huizenrij die indruk maakt. Vernieuwende elementen werden toegevoegd. Kunsthistorisch gezien moet deze rij beschermd worden, niettegenstaande zij pas dateert uit de 20ste eeuw. Ook recentere waardevolle gebouwen moeten beschermd worden: zij vormen een schakel in de kunstgeschiedenis, ze zijn herkenningspunten en beeldbepalend voor een bepaalde periode.

4. Maatschappelijke argumenten kunnen ook aangehaald worden: afbraak van bestaande woongelegenheden is dikwijls afbraak van sociale structuren. De werking van actiegroepen tot bescherming van de wonende bevolking moet hierin worden gesitueerd.

In de vorige eeuw werden verschillende kunstenaars aangetrokken door de inspirerende sfeer van de site. In het laatste kwart van de 20e eeuw was er in de Singel een hoge concentratie aan kansarmen, naast studenten en alleenstaanden. Nu zijn de huizen ( op 4 na ) opnieuw bewoond door oudere maar ook door jongere gezinnen.

5. In ons geval komt het toeristisch argument niet ter sprake maar monumentenbehoud is in de eerste plaats op de dagelijkse gebruikers gericht, hier de bewoners van de site.

6. Sociaal-psychologische argumenten zijn er. Een omgeving moet herkenbaar zijn wat in het geval van de Singel duidelijk aanwezig is door zijn apartheid, variatie en vormrijkdom. Mensen willen hun omgeving bewaren: een site als deze zit in het collectief geheugen en een stedelijk landschap behouden is een stuk geschiedenis van de mensheid vasthouden.

7. Een educatief argument kan aangehaald worden. Oude gebouwen kunnen concrete belangstelling wekken voor geschiedenis, bouwkunst, esthetica en sociale omstandigheden

BESLUIT

Beschermen van waardevolle gebouwen is van algemeen belang. In het geval van de Singel kunnen verschillende waarden het beschermen ervan motiveren: de stadslandschappelijke waarde, de stedenbouwkundige waarde, de architectuur en kunsthistorische waarde, de maatschappelijke waarde, de sociaal-psychologische waarde en de educatieve waarde.

Er zijn kunsthistorische argumenten om, in dit geval de Singel, te beschermen. Ze tonen ons de materiële aspecten onder de vorm van gegevens over o.a. bouwmaterialen. Ze verwijzen naar de sociale en culturele structuren van vroeger. Ze zijn van belang voor de wetenschap en de opleiding van kunsthistorici. In ons geval komt het toeristisch argument hier niet ter sprake maar monumentenbehoud is in de eerste plaats op de dagelijkse gebruikers gericht, hier de bewoners van de site. “ ……

De grotere maatschappelijke bewustwording en het gemeenschapsgevoel uiten zich meer en meer in heel wat zaken: Open Monumentendagen en onroerend erfgoed in het algemeen, de stijgende aandacht voor (bezoeken aan en literatuur over) kwalitatieve architectuur van woningbouw van het heden en uit het verleden, bewijzen dit. De toegenomen individualisering en mondigheid van de burger leiden er immers toe dat burgers meer en meer pogen te wegen op beslissingen die hun leefwereld beïnvloeden, o.a. het behoud van waardevol onroerend erfgoed rondom hen. …….” ( uit: Beleidsdomeinspecifieke bijdrage van de Vlaamse overheid 2009, 3.13: beleidsdomein RO, woonbeleid en onroerend erfgoed RWO).

Bijgevolg vragen wij de Minister om bescherming van de huizenrij en de straat aan de Singel. vzw. Erfgoedforum Brugge

BRONNEN

- Kadaster en Kadasterarchief Brugge - Stadsarchief Brugge
- Vorming en verdwijnen van de paallanden van de stad Brugge, Jos De Smet, Brugs Ommeland 1961, nr 1, p.3
- Verslag van het huizenonderzoek Singel 1 en Korte Vesting 24 te St.-Andries, Yvette Kemel, 2006
- Huis Singel 1 in St.- Andries, anderhalve eeuw geschiedenis in de omgeving van de Smedenpoort, Yvette Kemel, Brugs Ommeland, 2006, nr 1, p.30
- Nota aan het College van Burgemeester en Schepenen te Brugge vanwege 4e afdeling, dienst bouwvergunningen, 18/1/1991
- Nota aan Dienst Urbanisatie, Dienst Bouwvergunningen en Schepen M.Boydens, opgemaakt 15/12/03 door Jan Esther, Dienst Monumentenzorg en stadsvernieuwing
- Brochure Open Monumentendag Vlaanderen
– Brugge, sept.2008, p.137 - De Vesten anders bekeken, een groene wandeling rond Brugge, Marc Becuwe, Brigitte Beernaert, Patrick Cardinael
- Zullen we een Singeltje maken ? 2008, Brochure naar aanleiding van De Singel 100 jaar - Monumentenzorg, ir. Luc Constandt, cursus gidsenopleiding, Gidsenkring, maart 2003
- Bruges la Morte? wonen in het 19e eeuwse Brugge, een lezing door Livia Snauwaert, 22/11/2009 - Foto’s Monique Damiens