erfgoedforumbrugge
De blekerij Banckaert Antoon, C11/39, de hongersnoodmolen en het Fraeyhuis

Voor een bespreking van het algemeen overzicht van de blekerijen tussen Minnewater en Bakkersreitje zie "blekerij Bekemans Jan , hotel Egmond, Pulinx" klik hier om direct op de pagina te komen

Hieronder de kaart van Marcus Gerards uit 1562 met de situering van het gebied nr 3 van de blekerij van Banckaert Antoon met rechts een stadsgracht die loopt naar het Minnewater en bovenaan het sas van het Bakkersreitje en de hongersnoodmolen (c).

 

hiernaast een overzicht van van minnewatergebied uit de kadasterkaart van 1831. De blekerij van Antoon Banckaert ligt op deze kaart rechts onder met huisnr C11/39

hieronder een detail van het aangeduide gebied C11/39 met: de gebouwen van de blekerijen volgens de kadasterplan Popp uit 1865
C959: de hongersnoodmolen over het Bakkersreitje
C961 en 961bis : woonhuis en strijkhuis C11/39, (39 in kleine cijfers aan de straatkant)
C960 en C962bis: woonhuis en aanhorigheden C11/38 (38 in kleine cijfers)
C958: woonhuis

In 1580 is de site eigendom van de stad.
in 1790 en ervoor is Frans Van Hollebeke (°1756- +1825) er bleker met 4 inwonende knechten. Hij trouwt met Thérèse Verstraete. Frans sterft in 1825. Dan komt in 1826 Agnes Duysburgh '°1790, zij is "wastebleker" Zij krijgt hulp van haar broer Carel (°1800) die bleker is en haar zus Rosalie (°1802) ook "wastebleker". zij verhuizen naar De Peterseliestraat in 1830.

Hieronder een foto rond 1900 met rechtsonder de blekerij C11/39 (met witte gevels), links het kasteeltje van Leon De Wulf en achter de blekerij de hongersnoodmolen.

In 1830 baat Pieter Banckaert (°1780) de blekerij uit. Hij komt dan uit de Langerei (E10/22). Hij huwt Joanna Warnier (°1788) Ze krijgen 4 kinderen: Frans (°1815), Mathilde(°1829) , Pieter(°1820) en August (°1824). De ganse familie verhuist in 1832 naar C11/19 (Katelijnestraat)

Anna Moerloose (°1780+1843), weduwe van Antoon Banckaert (°1877-1832), komt naar de blekerij C11/39 in 1841, komende uit de blekerij van haar man aan het Minnewater C11/54 (kadasterC957) samen met haar kinderen Anna (°1820), Sophie (°1821) en haar zoon Antoon Franciscus (°1823 -1901). Bij hen woont ook Pieter Banckaert (°1780) in , die getrouwd is met Joanna Warnier

De kinderen van Anna Moerloose zetten de blekerij verder. Anna Moerloose sterft in 1843.
Antoon Franciscus Banckaert (°1823-1901) zet de blekerij verder en trouwt in 1851 met Jeanne Dely (°1833-1874)

De volgende kinderen komen voort uit dit huwelijk: Emma (°1852), Felecita (°1853), Antoon (°1855 -1923?), Florimond (°1857), Emerence (°1858), Richard (°1859), Leontine (°1861) en Philemon (°1862).
De gezusters Emma en Felicita
Banckaert nemen de blekerij over. Het is niet duidelijk of ze ook de blekerij activiteiten overnemen.

In ieder geval houden ze zich nog bezig met het beheer van het domein . In 1903 wil de stad het Minnewater uitbaggeren. Met de baggerspecie wil ze de gracht juist voor het strijkhuis dempen (zie foto hiernaast) met de bedoeling de grond bouwrijp te maken. Er ontstaat grote ongerustheid bij de omwonenden o.a. de gezusters Banckaert en Henri Maqué van de minoterie (meelfabriek , de hongersnoodmolen) (zie de Journal de Bruges 12/02/1903). Ze vermoeden dat de stad er een chic woonkwartier wil bouwen "des villas élegantes" (een idee die later weer opkomt, zie verder).

Dat de gezusters het argument gebruiken dat het water van de gracht noodzakelijk is voor de blekerij activiteiten wijst erop dat ze nog actief betrokken zijn. Ook Henri Macqué mengt zich actief in de discussie. Het dispuut concentreert zich uiteindelijk rond de vraag wie de eigenaar is van de gracht. Uiteindelijk blijkt dat de stad de blote eigenaar is en de familkie Banckaert een erfdiendtbaarheid heeft.

 

De zoon Antoon Banckaert (°1855+1923) zet de blekerij niet voort. Hij trouwt met De Zoete Marie (°1857-1884). Ze krijgen een dochtertje Odila (°1879- +1900) en een zoon Antoon (°1881). De familie Antoon Banckaert (°1855) verlaat de blekerij in 1879. We vinden ze terug in Sint-Michiels. Antoon(°1855) is dan bediende bijj de spoorwegen van de staat. In 1886 hertrouwt hij met Valentine Verhaeghe uit Loppem (°1860-1898). Hij hertrouwt nog eens in 1901 met Leonie Damman (°1843). Antoon Franciscus(°1855) sterft in 1923.

Maar rond 1910 laat Ludovic Fraeys de Veubeke zijn oog vallen op het domein van de blekerij en de familie Banckaert verkoopt de blekerij aan Ludovic Fraeys.

Daarmee komt een einde aan de blekerij activiteiten van de familie Banckaert op de blekerij C11/39.

Andere bekende bewoners van de blekeij in die tijd

Moerloose François (°1786), directeur van de vracht Barge, komt rond 1830 wonen in het buurhuis C11/39bis. Hij huwt Livina Marlier (°1781) weduwe van Derudder. Haar kinderen Sophie (°1813) en Eugene (°1820) wonen bij hen in. (bevolking register 1830-1846)

 

 

Aimé Henri Pardoen(°1818). De familie Pardoen is vebonden met de Bargedienst tussen Brugge en Gent. Aimé trouwt met Vandervicht Félicité (°1818- +1876)) in 1850. Zij wonen in C11/39 bis. Na de dood van Aimé Henri gaat de familie wonen in C11/39, ze krijgen 4 kinderen waaronder Henri Jules Pardoen (°1858 - +1906). Henri Jules Pardoen trouwt met Victorine Galeyn (°1860 - 1944) ). Bij zijn afsterven woont Henri Pardoen nog op de C11/39). Victorine hertrouwt met Charles Lescrauwaet en sterft in 1944.

De barge was een bootdienst tussen Brugge en Gent op het kanaal Brugge-Gent met aanleg aan het bargegebouw bij de Gentpoort, De dienst stopte voor personen vervoer in 1839, voor vracht ging de dienst met trekschuit nog door tot 1907 (niet toevallig na de dood van Henri Jules Pardoen). In 1908 werd de laatste trekschuit als brandhout verkocht (groendienst 1988)

De naam Pardoen is onlosmakelijk verbonden met de legende van Jantje Pardoen (cfr J.Rau). Hij werd versteend toen hij naliet hulp in te roepen toen hij een kind zag verdrinken bij de uitkijk uit het dakvenstertje van een bijgebouw van de bargedienst langs de Katelijnevest. Als straf werd hij voor eeuwig versteend in het venstertje met zijn pijp in de mond om de mensen langs de vesten te waarschuwen.

Een andere bekende buur van de blekerij is Jean Barremaeker (°1770): de molenaar die in die tijd zijn naam gaf aan de hongersnoodmolen (zie kaartje van de watermolens in de streek rond 1800). Hij woonde bij de molen zelf (huis nr.C11/37). . Hij is getrouwd met Veronique Wouters (°1772). Ze hebben 2 kinderen: Jeanne (°1811) en Louis (°1814)..

Ludovic Fraeys de Veubeke koopt het domein van de familie Banckaert. Hieronder nog een nostalgische blijk op de blekerij voor die gesloopt wordt om plaats te maken voor het Fraeyhuis (zie verder). Ludovic Fraeys de Veubeke wil wel de poort met het strijkhuis behouden als toegang tot de Katelijnevest en als conciergerie . De foto toont de toestand van blekerij in 1902 met de uitgebreide hongersnoodmolen dominant op de achtergrond. Rechtsonder langs het water van de stadsgracht ligt het strijkhuis dat dus de sloop zal overleven.

De

Op het kadasterkaartje hieronder uit 1889 wordt het strijkhuis aangeduid.

In 1913 dient Fraeys een bouwaanvraag in om een paleis te bouwen in het blekersdomein. Bij deze gelegenheid wordt ook een een aanvraag ingediend voor de restauratie van het strijkershuis als conciergerie. Bij de bouwplannen vinden we ook plannen terug van bestaande toestand vooraleer het strijkershuis wordt gerestaureerd. Zie de plannen van de in 1913 bestaande gevels hieronder.

hier links de zuidgevel van het strijkershuis

links onder de noordgevel

rechts onder west gevel

 

Hieronder dezelfde maar zwaar gerestaureerde gevels (de kwaliteit van de fotos is niet optimaal wegens de zeer slechte verlichting in de leeszaal van het stadsarchief en de bijna onzichtbaar geworden tekeningen)

De nieuwe noordgevelDe nieuwe zuidgevel

de nieuwe westgevel en oostgevel

 

Het Fraeyhuis van Fraeys de Veubeke

Ludovic Fraeys de Veubeke (1882-1952) is rechter bij de rechtbank van 1ste aanleg in Brugge en president van de balie. Hij is ook een verwoed fotograaf vooral van in- gekleurde afdrukken. In 1929 werd hij in de adel verheven als "écuyer" (jonkheer). Hij trouwt in 1907 met Elisabeth Marie Begerem (1882-1967)

Hij wil een paleis bouwen dat bij zijn positie past; Hij doet een beroep op de architect Theo Raison, die gekend is voor zijn neobarokke stijl. Een stijl van die tijd die past bij zijn ambities

Hieronder een foto van het Fraeyhuis na 1913 met de conciergerie rechts onder , de hongersnoodmolen op de achtergrond . Op de voorgrond midden zien we de de lindenrij die nu nog bewaard is in het Minnewaterpark. en links onder het terrasje

De bouwaanvraag voor het kasteel met aanhorigheden in 1913

Hieronder het inplantingsplan van de gebouwen van het plan van Ludovic Fraeys de Veubeke 1913: Het plan bevat het ganse voormalig blekersdomein van Minnewater tot de Hongersnoodmolen
1. Het Fraeyhuis
2. Het conciergehuis met de poort naar de Hongersnoodmolen. Het is een van de bewaarde restanten van de blekerij en later ook van het Fraeydomein (zie verder)
3. De remise en de garage
4, de brug over de stadsgracht en de aanleg van de weg (zie de stippen=linden)


5. Het terras met de aanleg van de kade aan het Minnewater (het terras en de weg ernaar toe is nog steeds goed te traceren in het huidige plan van het Minnewaterpark.


Ludovic bouwde ook nog 3 additionele huisjes in het verlengde van de 8 zaligheden in de Minnewaterstraat nl. nr 9,11en 13. Op het
perceel van Nr. 13 C955i s later bijgebouwd en in 1929 uitgebouwd tot het Egmond hotel nr 15

een totaalzicht op het paleis uit 1968 net voor de afbraak

Hieronder het plan van de voorgevel 1913

het plan en foto van de oostgevel

 

De Sint-Arnolduspoort en conciergerie

Op de kaart van Marcus Gerards uit 1562 is de voorloper van de Sint-Arnoldus poort al afgebeeld als toegang tussen de bleekweiden en de Katelijnevest met de Hongersnoodmolen . Later wordt het poortje geintegreerd in de blekerij van Banckaert , in 1913 in het domein van Fraeys de Veubeke en tenslotte in het Minnewaterpark.

 

De westgevel hiernaast links heeft sinds de planning in 1913 een neobarokke afwerking gekregen, naar de stijl van arch. Theo Raison.(geïnspireerd op godshuis De Vos uit 1713). Rechts: het plan van de oostgevel in 1913. en daaronder een foto van de eenvoudige oostgevel uit 1945, zonder venstertje in de nok.

 

Na de dood van Ludovic Fraeys de Veubeke in 1952 wordt het leeggekomen huis door een school.gebruikt. In 1967 sterft Elisabeth Bergerem. Bij hun huwelijk in 1907 was bedongen dat bij het sterven van Ludovic 1/4 zou gaan naar de weduwe en 3/4 naar de kinderen :Jean-Marie, Anne en Bauduin. In 1967 verviel het ganse goed aan de kinderen. Einde jaren zestig komt het Fraeyhuis opnieuw leeg te staan en begint het af te takelen. Het wordt uiteindelijk verkocht op 28 april 1969 aan baron Jacques Kervijn de Volkaersbeke. Scaldimo, een immobiliën maatschappij, vraagt een slopingsvergunning aan op 28 juni 1969

Het gebouw wordt nog in 1969 gesloopt. De bedoeling is op het terrein een soort villawijk te bouwen. Een bouwvergunning voor een verkaveling wordt echter geweigerd. De stad heeft het plan opgevat om op het vrijgekomen terrein een park in te richten.

Baron Jacques Ernest Kervijn de Volkaersbeke (°1903) koopt het terrein in 1969. Het terrein dat paalt aan de Katelijnevest bestaat uit C956b en C961i. Hij koopt ook de huisjes die de 8 zaligheden worden genoemd (de huidige Minnewaterstraat).

De NV Agence Generale Automobile de la Flandre Occidentale (Autowest), waarvan Jacques Kervijn de afgevaardigde bestuurder is, koopt een terrein in 1972 van de kinderen Crombrugge de Looringe dat bestaat uit de huizen nr57 tem 67 in de Arsenaalstraat en een blok uitgevende op de Katelijnevest C951c, 952c, 952c/2, C954k en volgende van die rij, C955, C956, C959 en C960. De kinderen Crombrugge hebben het terrein gekocht aan de SV Brasserie du lac in 1965. De Brasserie du Lac had ook een deel verkocht aan de VZW Sancta Maria uit Varsenare. De NV Autowest koopt beide delen aan in 1972.

In 1974 verkopen Jacques Kervijn en de nv Auto-West alles aan de stad Brugge onder het burgemeesterschap van Michel Van Maele. In 1979 wordt het Minnewaterpark officiëel geopend.

De Hongersnoodmolen,

Deze watermolen maakt gebruik van het niveau verschil tussen het water van de ringvaart en het niveau van de reitjes in de binnenstad.

Hieronder links midden de afbeelding van de Hongersnoodmolen of kasteelmolen aan het speitje (sas) gebouwd over het Bakkersreitje volgens het plan van Marcus Gerards in 1562. Vóór het molenhuis dat over het bakkersreitje is gebouwd bevindt zich het achtkantig waterbekken van het sas (een speitje) dat een verbinding vormt tussen de vestingsgracht en het Bakkersreitje en dat aansluit op de molen. Het waterbekken heeft zijn vorm tot op vandaag bewaard maar wel wat verwaarloosd. Aan de hoge gemetselde wanden zijn nu in het oosten en westen dienstloodsen aangebouwd. In de oostelijke loods bevindt zich een pompinstallatie om de waterhuishouding in de binnenstad te beheersen. In de oostelijke loods was er destijds een kuipermakerij ingericht. De verbinding met de vestingsgracht gebeurt via een gemetselde boogvormige overwelving.

Er is al sprake van een molen rond 1290. De naam Kasteelmolen zou van die tijd dateren. Een mogelijke verklaring voor de naam is dat Jacques de Châtillon het plan zou hebben opgevat om op die site een kasteel te bouwen, een plan die door de Brugse metten nooit is voltooid geworden. Van 1330 tot 1478 wordt de molen uitgebaat door het Sint-Janshospitaal. In de 15de eeuw wordt uitbating verwaarloosd mede door moeilijkheden met de cijnsen (pachten) maar ook met de verschillende droogtes, waardoor de uitbating voor de molenaars niet meer rendabel is.

Na de dood van Karel de Stoute heerste chaos en hongersnood . Om de nood te lenigen neemt de stad in 1478 de uitbating over en bouwt er in 1480-1481 twee graanmolens over het Bakkersreitje (de Oost- en Westmolen) Het geheel wordt daarom ook de hongersnoodmolen genoemd. Op de tekening van Marcus Gerards (1562) zie je duidelijk duidelijk de 2 delen. In het midden drijft een inwendig gelegen onderslagwaterrad de beide molenstenen aan . (onderslag wil zggen dat het water het rad langs onder aandrijft.

Hieronder het plan van de gevel van het molenhuis van de bestaande toestand die volgens de bouwaanvraag in 1881 teruggaat naar 1481.

In 1580 wordt Everard Trystram eigenaar en wordt er ook weer olie gemalen met stenen zonder het stampen.

In de eerste helft van de 17de eeuw wordt de Westmolen omgevormd tot een schorsmolen. De gemalen en natgemaakte schors wordt "run" genoemd en gebruikt om leer te looien.

Maar het malen van de run was niet rendabel en de molen wordt in 1649 terug omgebouwd naar een graanmolen.
Er gaan en komen verscheidene molenaars en eigenaars

In 1844 wordt de molen verkocht aan Josephus Macqué- Acx . Van dan af blijft de molen in handen van de familie Macqué. In 1872 Is er een herverdeling: Henricus Macqué en Juliaan Macqué worden de eigenaars. Er wordt daarbij een beschrijving van de boedel gegeven: een voornaam herenhuis met een aangebouwde fabriek, een graanmaalderij bewogen door "vuur", een bergplaats, een magazijn en aanhorigheden. "Met vuur" wijst op de stoommachine die in datzelfde jaar wordt geïnstalleerd, de maalderij op waterkracht blijft ook bestaan.

In 1881 wordt er een vergroting van het molenhuis aangevraagd

In 1897 wordt er aan de gevel een risaliet boven de ingangspoort aangebracht .

Uit de foto uit 1897 hiernaast (vooraleer het dak in 1900 verhoogd wordt stellen we vast ) dat de gevel en molenhuis verbreed werden met 3 traveeën ter gelegenheid van de verfraaiing . We hebben echter daar geen plannen van. We zien ook dat de risaliet niet is gebouwd boven de poort maar boven de 2de travee van de linkse uitbreiding

We kunnen ook afleiden uit de plannen van 1900 dat de rechterkant eveneens uitgebreid werd met 4 traveeën waarvan de eerste met een poort (zie hieronder).

Maar in 1900 vindt Hendrik Macqué dat de maalderij wat meer allure mag krijgen; Hij neemt daar voor arch. Oscar De Breuck (1855-1921) onder de arm. Zie plan van de voorgevel hieronder. Volgens de aangifte in de plannen is wat nieuw aangebouwd rood gekleurd. Wat blauw gekleurd is, is behouden dat komt overeen met het gelijkvloers. de kwaliteit van de foto valt tegen omwille van de plooien en belichting maar daarom hebben we het linkse en rechtse gedeelte nog eens apart daaronder afgedrukt.

Op de doorsnedes duiden de stippellijnen de oorspronkelijke hoogtes aan.

Op de foto hieronder uit 1900 is de linkse toren afgewerkt maar nog niet de rechtse en hier en daar zijn de details veschillend zie o.a. de balustrade. Op de foto is het oude gedeelte van vóór de uitbreiding van 1897 goed zichtbaar : het is het gelijkvloers van het gedeelte tussen de 2 kleine torentjes met kroonlijst met kantelen.

Op een foto van de Hongersnood molen van de westkant gezien samen met het Fraeyhuis (zie hoger) van na 1913 ziet het er naar uit dat de rechter toren nooit is verwezenlijkt.

In 1902 overlijdt Hendrik Macqué, in 1903 wordt de molen verkocht aan Leopold Macqué- Christiaens. In 1912 overlijdt Leopold . De weduwe blijft eigenares van de helft van de maalderij , de andere helft gaat naar Jules Macqué.
In 1921 wordt de maalderij overgenomen door de coperatieve brouwerij "du Lac" , opgericht in 1919. Hieronder een foto uit 1945. De poort op de achtergrond is de toegangspoort tot het domein van het Fraeyhuis. Merk ook links midden de zijloods en muur van het sas over het Bakkersreitje.


In 1965 wordt er gestopt met brouwen in de Brouwerij "du Lac" na overname door de brouwerij Leopold. Brouwerij Leopold wordt op haar beurt overgenomen door Artois.

In 1972-1975 wordt het ganse gebouw samen met het deel dat teruggaat tot de 15de eeuw gesloopt voor de aanleg van het Minnewaterpark (pluim voor het park maar een zeer grote blaam voor de sloop). Op de voorgrond bevindt zich nog de conciergerie van het Fraeyhuis dat in 1969 gesloopt zal worden. Het conciergehuis met de poort blijft dan toch behouden.

 

Die poort en het congergeriehuis zijn enige relicten die die tijd van de blekers, van het Fraeyhuis, de hongersnoodmolen en de brouwerij overleefd hebben zij het in gewijzigde vorm. Op de dag van vandaag vormen ze de sierlijke oostelijke toegang naar het Minnewaterpark.

Het beeld in de nis is Sint-Arnoldus, de patrooonheilige van de brouwers als herinnering aan de jammerlijk .gesloopte brouwerij

 

 

De volmolen van de Oostpoertoren (c1634, katelijnevest 15)

We moeten nog iets vertellen over een andere molen aan het Minnewater: op de Katelijnevest aan de oostkant van de Minnewaterbrug

Op die plaats wordt vóór 1400 een 2de poertoren gebouwd. Zie schilderij hieronder van Bruno De Simpel die hij in 1888 schilderde op basis van het plan van Marcus Gerards uit 1562.

Vergelijk met de kaart van Marcus Gerards. De Oostpoertoren werd vóór 1400 gebouwd, de houten brug dateert van 1311.

In 1621 wordt de toren afgebroken. De stad past de verdedigingsgordel aan, aan de verdedigingsinzichten van die tijd met de aanleg van bastions. We bevinden ons immers in het algemene strijdgewoel van de vrijheidsstrijd van de Nederlanden tegen de Spaanse bezetting (80 jarige oorlog 1566-1648)). De toren is vervangen door een van de bastions. De poertoren aan de westkant blijft behouden. zie kaart Sanderus uit 1641 hieronder.

Na de beeindiging van die oorlog met de vrede van Munster was het bastion aan het Minnewater niet meer strict nodig en bouwt men op de fundamenten ervan rond 1660 een windmolen met een achtkantige houten bovenkruier om te vollen. zie kaart Lobbrecht uit 1714. Restanten van de muur en bastions zijn in die omgeving nog altijd zichtbaar.
Er bestaat een analoge kaart van Lobbrecht uit 1690.

In 1720 worden de activiteiten van de molen gestaakt en in 1732 wordt de molen gesloopt. De molenwal en fundamenten met kelder worden behouden om er rond 1750 een ijskelder ("reservoir des glaces") in te richten. Hieronder de kaart van Jansens uit 1777. Naast de witte vlek van de ijskelder zien we nog de vorm van het bastion, rechts ervan is een grijze vlek van een aanslibbing. We zien ook de stenen minnewaterbrug, in 1739 gebouwd door Pulinx en met een houten ophaalbrug in het midden om boten door te laten o.a. de Bargeboot. De ophaalbrug werd in 1784 gesloopt en vervangen door een stenen boog, de aldus ontstane doorlopende stenen brug bestaat nu nog..

hieronder de kaart van Senefelder uit 1820 met aanduiding van de ijskelder met nr 52. (Op een analoge kaart van W.Crowe uit 1850 wordt de ijskelder aangeduid met nr 31). In de winter hakte men o.a. ijsblokken uit het Minnewater. Vooral het Sint-Janshospitaal is een afnemer voor hun medische activiteiten. De houten ophaalbrug is verdwenen en de bargeboot moet uitwijken naar een aanlegplaats aan de Gentpoort: het huidiger bargegebouw

Op een tekening hieronder uit 1847 herkennen we links de heuvel van de ijskelder achter een loods van de bleker, verder hebben we de poertoren dan de huizen van de bleker van het Begijnhof en de molen van Jan Doude. Helemaal rechts is nog de "Staart" van het Begijnhof te zien. Zie de webpagina " blekerij van Saison Charles en het Koegat ten zuiden van het Begijnhof" klik hier om direct op pagina te komen. Onder rechts zien we blekers van de blekerij aan het Minnewater van Antoine Banckaert aan het werk.