De congregatie van Onze Lieve Vrouw Onbevlekte Ontvangenis op het Walplein: de bouwgeschiedenis .

Achter de poort van de voormalige brouwerij "de Wulf" die nu deel uit maakt van de brouwerij "de halve Maan" bevindt zich het patronaatsgebouw van de O.L.V. parochie waar de meisjes Congregatie van O.L.V. Onbevlekte Ontvangenis samen kwamen.
Het was in haar tijd een van de grootste congregatiegebouwen van Brugge.

 

U ziet op het kaartje rechtsboven het zuidelijk deel van het Walplein. Het oranje perceel bovenaan is nu deel van de van de brouwerij de "Halve Maan". Het oranje deel onderaan, achter de brouwerij, is een congregatiegebouw. De bouwgeschiedenis van het domein van deze oranje delen met erf inbegrepen het huis nr 21, wordt in deze webpagina uit de doeken gedaan.

 

 
Deel 1: Van brouwerij tot Congregatie.

De Brouwerij "De Wulf"

Op dit domein stond van oudsher de brouwerij "De Wulf" met Oostenrijks huisnr:C10/80.
Deze brouwerij werd op deze plaats al in 1441 vermeld op een lijst van 54 Brugse brouwerijen. In 1673 werd de brouwerij nog vermeld als een van de grootbierbrouwerijen van Brugge. In 1682 komt de brouwerij in handen van Niclaeys Foulon en dan van zijn zoon Frans Foulon. De vrouw van Frans Foulon hertrouwt na de dood van Frans Foulon met Melchior Everaert.

In 1725 werd Melchior Everaert daar de brouwer, na zijn dood in 1733 zette de weduwe Françoise Meijaert de brouwerij voort. In 1756 verkoopt Françoise Meijaert de brouwerij aan haar zoon Melchior Everaert junior.

De familie Everaert verkoopt de brouwerij aan Pieter Frans Van Wambeke (getrouwd met Marie Joanna Mahieu die de weduwe was van Melchior Everaert junior). Na de dood van haar man Pieter Frans Van Wambeke verkoopt Marie Mahieu in 1791 de brouwerij en het huis aan haar zoon Pieter Johannes Van Wambeke (° 1764, Brugge). Pieter Johannes is getrouwd met Anna van Cuyl (°1764, Brugge). Ze hadden 4 kinderen maar geen van hen kon de brouwerij verder leiden. In 1816 werd de brouwerij te koop gesteld. In 1818 komt François Gamage de brouwerij ter hulp.

François Gamage is de zoon van Dorothée Sporckman. Die familie zijn we al tegen gekomen in de "Geschiedenis van het Wevershof". Dorothée Sporckman is de zus van Marguerite Sporckman die getrouwd was met Jan Van Strate die de stokerij uitbaatte in de Zonnekemeers aan de Walbrug. De familie Van Strate bouwde het fort "het Wevershof" in de Zonnekemeers en het fort "Verstraete " in de Oostmeers en het fort "Dobbelaere " in de Walplaats ( zie menu "Wevershof , bouwgeschiedenis tot 1900", om direct op de pagina te komen klik hier).

De familie Sporckman en Van Strate kwamen uit Schiedam waar ze jeneverstokers waren. De familie verliet echter Schiedam rond 1771 om in Islington bij Londen een stokerij op te richten naar Nederlands model. In 1777 vestigde de familie zich in Brugge in de Zonnekemeers. Nog in Islington trouwde Dorothée Sporckman met Abraham Gamage in 1775, In 1776 kregen ze er een zoon François. Na de dood van Abraham Gamage in 1777 vervoegde Dorothée met haar zoon François de familie in de Zonnekemeers. In 1780 in Brugge trouwde Dorothée met Charles François Gilliodts. Charles Gilliodt is de broer van Ludovicus Gilliodts, de grootvader van Louis Gilliodts de stadsarchivaris van Brugge.
Ze gingen wonen op de Dijver nr 2, waar nu de boekenwinkel van de familie Demeester is gevestigd.

François Gamage trouwde in 1809 met Marie-Anne De Rantere. François was brouwer en woonde in de Wijngaardstraat C10/50, waar hij de brouwer was van de brouwerij "De Valk". In 1818 verhuisde hij met familie naar de Walplaats naar de brouwerij "de Wulf".
In 1824 nam de samenwerking met de familie Van Wambeke een einde en trok de familie Gamage terug naar de Wijngaardstraat.

De Leerlooierij Van Caillie

In datzelfde jaar 1824 kocht Carolus Van Caillie (°1791 Torhout, + 1868, Brugge) de site van de voormalige brouwerij. Carolus Van Caillie was een huidevetter en richtte de site in als leerlooierij. Volgens de bevolkingsregister was hij ook molenaar en getrouwd met Marie-Thérèse d'Aussy. Zijn zoon Edouard zal notaris worden, een andere zoon
Jules Van Caillie volgde hem na zijn dood in 1968 op als leerlooier.

Wel wordt in Torhout een August Van Caillie vermeld die geboren is in Torhout in 1791 en stierf in 1868. Hij was getrouwd met Marie d'Aussy (bron: De Molen d'Aussy in Torhout).
August was een leerlooier . Hij kreeg in 1833 de toelating om een stenen molen te bouwen in Torhout voor het malen van eikeschors. De gemalen schors werd gebruikt in de leerlooierijen. Waarschijnlijk is August en Carolus dus dezelfde persoon.

Er is nog een familie Van Caillie die de molen de Roompot uitbaatte langs de Smedevest in Brugge. De stenen molen van einde van de 18de eeuw werd ook gebruikt voor het malen van schors voor het leerlooien. Toch is er wellicht geen verband tussen de beide families.

De situatie op het terrein van de Walplaats rond 1870 ziet u hieronder op de kadasterkaart

Op de percelen met kadasternr C-1062 en C1063 en het kleine perceeltje C-1063-2 bevond zich de brouwerij "De Wulf" en sinds 1824 de leerlooierij.

Het latere Congregatiegebouw zal opgericht worden op rechterdeel van het perceel C-1062. Het perceel C-1062 heeft het Oostenrijks huisnr C10/80 en toen het huisnr 21 nu het huisnr 23. (huisnrs veranderen nogal eens daarom baseren we ons liever op de kadasternrs)

Op het perceel C-1064 en C-1065 bevindt zich de brouwerij 'De Halve Maan". Maar het is niet de bedoeling van deze webpagina om verder in te gaan op de brouwerij "de Halve Maan".

,.

 

In 1874 werd de site van de leerlooierij deels overgenomen door een andere leerlooier: Désiré Vanneste
(° 1828, Brugge, + 1900, Brugge). Hij huwde met Marie Goormachtigh (°1832, Oostkamp).

Maar Désiré Vanneste had meer zin in brouwen, wat ook meer status had. Désiré Vanneste stelde in 1875 in het Burgerwelzijn het huidevettersmaterieel te koop (zie advertentie hiernaast). Er was ook een verdeling van de gronden op het terrein. Op het kadasterplan hieronder ziet u links de toestand na 1875 .

 

Het kaartje hiernaast van 1875 toont de verdeling tussen Jules Van Caillie en Désiré Vanneste.

Desiré kocht de percelen
C-1062a (huis)en C-1063a (aanvankelijk leerlooierij).

Jules behield C-1062b (nu omgebouwd tot pakhuis en erf) en 1063-2a (het woonhuis).

In 1877 werd de zus van Jules, Constance Virginie Van Caillie, eigenares van het deel van Jules. Ze was dan weduwe van August Desnick.
In het jaar daarop verkocht ze het voormalig pakhuis en erf (C-1062b) aan de pastoor van de OLV parochie , Allaert Phillipus en de onderpastoor, De Bruyne Renatus. Zijzelf behield het woonhuis C-1063-2a.

 

 

 

Pastoor Allaert diende meteen
een bouwaanvraag in om het pakhuis om te bouwen naar een woning.
Links in het plan is de oude toestand van het pakhuis weergegeven, rechts de nieuwe toestand met de dubbelwoning.

 

l .

 

Dit nieuwe gebouw heeft zijn uitzicht bewaard tot op de dag van vandaag (nu huisnr 21 en nr 22)

Onder de poort door is een glimp te zien van het Congregatiegebouw
(de poort en het huis links hebben nu het nr 23)

 

Maar van het Congregatiegebouw zelf, in de kadastrale legger de zondagschool genoemd, zijn geen bouwplannen te vinden tot nog toe. Wellicht was er geen aanvraag nodig als het pand niet aan de straatkant paalde. Het is redelijk aan te nemen dat het Congregatiegebouw rond datzelfde jaar is gebouwd . Temeer daar het perceel C-1062b volgens de kadastrale legger van 1878 verdeeld werd in de percelen C-1062c de woning en C-1062d als zondagschool .

 

 

Op het kadastrale plan van 1878 is de situatie nu als volgt:
in eigendom van de pastoor Allaert en de onderpastoor De Bruyne: zowel C-1062c,de woning als C-1062d, de zondagschool met koer en doorgang naar de Walplaats

 

 

In 1883 werden, via de successie van pastoor Allaert, De Brabandere Petrus, de vicaris generaal en de Bruyne Renatus, de onderpastoor elk voor de helft eigenaar.

In 1888 werden De Brabandere en De Bruyne elk voor de helft naakte eigenaar van de woning. Van Haecke Amélia werd als dienstmeid de vruchtgebruikster van de volledige woning. In dat jaar werd de zondagschool ook vergroot aan de noordkant en De Brabandere en De Bruyne blijven elk voor de helft eigenaar ervan. Het gekruist gebouw links onder betekent een open plaats met overkapping.

Via de erfgenamen van De Brabandere werden in 1895 en 1907 resp. de zondagsschool en de woning overgedragen aan Janssens Karel, priester, en "deelhebbers".
Een bouwaanvraag in 1912 door onderpastoor Huys, als bestuurder van de "congregatie van de jonge dochters", om de toegankelijkheid van het congregatiegebouw te verbeteren duidt aan dat dit gebouw toen in beheer van de O.L.V. parochie was.

Iin 1918 werden de woning en het Congregatiegebouw toegewezen als "overgangs aangifte" aan de kanunikken Callewaert Camille en Dignant Oscar. In 1924 werden huis en zondagsschool verkocht aan de vereniging van de parochiale werken van het Aartspriesterdom van Brugge. In 1953 werden het congregatiegebouw en woning verkocht aan Henri III Désiré Alphonse Maes- Schrooten. De woning C-1062e maakte in 1966 deel uit van een erfenisverdeling. Het Congregatiegebouw C-1062f werd samengevoegd met C-1065g en C-1065u op het terrein van de brouwerij "de Halve Maan".

Zo ziet het Congregatiegebouw er thans uit. Na de koop in 1953 door de brouwerij "de Halve Maan" wordt dit gebouw gebruikt als opslagplaats. De overkapte ruimte werd afgebroken.

Als beschermd gebouw mag het gebouw wel een eerbiedwaardiger bestemming krijgen en zeker beter onderhouden worden

Wat is er ondertussen gebeurd met het ander gedeelte van de voormalige brouwerij "De Wulf", de voormalige leerlooierij Van Caillie d.i. , de brouwerij van Désiré Vanneste C-1062a (huis), C-1063a(brouwerij) en het huis C-1063-2a (huis) en dat afgesplitst werd van het pakhuis en erf (het latere Congregatiegebouw) C-1062b .

De dochter van Désiré Vanneste, Clémence (1865-1928), trouwde met Henri II Joseph Maes (1856-1905) van de brouwerij ernaast. Maar de familie Maes bleef de brouwerij Vanneste beconcurreren niettegenstaande de familieband tot de brouwerij in 1942 opgeslorpt zou worden door de brouwerij "De Halve Maan".

Het huis C-1063-2a werd in 1877 geërfd door dochter Van Caillie Constance Virginie, weduwe van August Desnick. Zij verkocht het aan Poppe Petrus en Rosalie, winkeliers die het in 1883 doorverkochten aan Henri II Joseph Maes-Vanneste. In 1919 werd het door verdeling eigendom van weduwe Archaire Maes-Feys.

Désiré Vanneste-Goormachtigh probeerde met zijn brouwerij in 1897 mee te varen met het optimisme over de komst van de haven van Zeebrugge door de brouwerij "De Wulf " om te dopen tot "Brugge -Zeehaven". Hij stierf echter in 1900 en liet het huis en brouwerij na aan zijn kinderen Valérie, Amaat, Coralie, Achiel en Irenée, allen geregistreerd als brouwers. In 1910 werd de brouwerij nog opgehoogd (wordt C-1063b). In 1936 erfden Coralie en Achiel Vanneste de brouwerij en huis. In 1942 werden al hun eigendommen verdeeld en de brouwerij C-1063b en het huis C-1062a werden eigendom van Henri III Désiré Alphonse Maes-Schrooten. In 1950 werd de oude brouwerij afgebroken. C-1063b en C-1062a werden deel van de brouwerij van Henri Maes door samenvoeging met C-1065n tot C-1065s.

Uiteindelijk zijn alle percelen van de oorspronkelijke brouwerij "De Wulf" naar de brouwerij "De Halve Maan) overgegaan, met een tussen fase enerzijds als leerlooierij (van 1824 tot rond 1875) en dan enerzijds weer als de brouwerij "Brugge- Zeehaven" (van 1875 tot 1942) en anderzijds als congregatiegebouw (van 1878 tot 1953).