Verloop van de actie tot bescherming van de site Oud Sint Jan

De actie omvat tot heden volgende deelacties voor:

1. Het karakter van de bestemming van de site tot een kunstencentrum zoals voorzien in het erfpachtcontract vrijwaren.

2. Mogelijke plannen voor het bouwen van een parking of het innemen van de open ruimte voor bebouwing tegengaaan.

3. Integreren van de site in een soort museumstraat van Dijver tot Zand

4. Het beperken van de parking tot eigen parking voor personeel en toeleveringsbedrijven, voor de diensten op de site Oud Sint-Jan en tot een beperkte parking voor buurtbewoners.

5. Het behoud en uitbreiding van de bestaande groenaanleg tot een park, eventueel een beeldenpark.

6. Het laten beschermen van de nog niet beschermde gebouwen op en rond de site Oud Sint-Jan.

7. Het opvolgen van de eventuele plannen van de uitbouw van het Kunstencentrum.

8. Het opvolgen van het opstellen van de visie en “masterplan” voor de site.

9. Het veilig en aangenaam houden van de site, de buurt en het verbeteren van het woonklimaat rond de site.

Hieronder een voorbeeld van een actie tegen een grootschalig pand voor een (zogezegd) museum of history (MOH)en tegen een ondergrondse parking van 500 parkeerplaatsen. We wonnen die actie: de ondergrondse parking komt er niet en het pand MOH werd tenslotte ingericht op de Brugse markt. De initiatiefnemers zijn achteraf ons dankbaar dat de actie heeft geleid tot de betere locatie op de Markt in Brugge.

Bezwaarschriften tegen de bouwaanvraag van het MOH .

Het MOH is een gebouw van meer dan 16m hoog voor het projecteren met 3D filmtechnieken van een episode in de Brugse geschiedenis en voor een onthaal van toeristen. Het bestaat uit een gelijkvloers van 50m langs de straatzijde op 30m haaks erop. Op het gelijkvloers komt er een museum cafetaria en museumshop en infokiosken. De verdieping bestaat uit 3 filmzalen voor 80 plaatsen elk. Onder het gebouw is er een ondergrondse parking van 6 verdiepingen met een 500tal plaatsen. De ondergrondse parking loopt door onder het gebied van de huidige parking.

Er werden 74 bezwaarschriften ingediend en enkele petities.
De meeste bezwaren kunnen samengevat worden tot de volgende punten:

a. De grootte en de aard van de parking:

Op het document van de bekendmaking van het dossier voor openbaar onderzoek is er van een parking geen sprake
(zie bijlage doc a)

De ondergrondse parking biedt plaats voor 500 wagens en het wordt voorzien als een rotatieparking (dwz. .parking van korte duur voor het grote publiek)
De huidige bovengrondse parking van lange duur biedt plaats voor een 200 tal voertuigen, waarvan een 80 tal met badge voor de technische diensten van de stad.
Die vermeerdering van het aantal roterende wagens verhoogt de verkeersintensiteit met meer dan 2 bewegingen per minuut gemiddeld.

De verhoogde activiteiten van MOH (en van de nv Site Oud-Jan)  brengen ook een sterke verhoging mee van taxis, dienstverkeer, vrachtwagens en autocars ( alhoewel autocars in de binnenstad verboden zijn worden meer en meer autocars in de binnenstad toegelaten voor allerlei redenen). Dit verkeer rijdt en parkeert bovengronds

De omliggende straten kunnen een dergelijk verkeer niet aan. Er is nu al een sterke toename van vrachtverkeer omwille van de bedrijven en winkels op de Walplaats en Wijngaardplaats. Bovendien is de Zonnekemeers, eigenlijk een eenrichtingsstraat, nu verworden tot een gevaarlijke straat met een de facto tweerichtingsverkeer bij gebrek aan adequate controle. In de Meersen is er een beperking van snelheid, gewicht en lengte van de voertuigen, maar dit wordt niet afgedwongen.

Het in- en uitrijden van de parking zal, gezien de beperkte breedte van de Zonnekemeers en de beperkte zichtbaarheid (ondermeer door het naast de uitrit liggende viaductgebouw) zeer onveilig zijn voor de weggebruikers en voor de parkinggebruikers.

Een dergelijke grote parking zuigt het verkeer aan naar de binnenstad, terwijl het net de bedoeling is van het mobiliteitsplan en het structuurplan Brugge de binnenstad autoluw te maken. Het is ook in strijd met het convenant dat de stad afsloot met de Vlaamse overheid om autos in de binnenstad te weren en geen bijkomende parkeerplaatsen in het centrum te creëren.

 

Er was geen verkeersplan bij het dossier en er is nog altijd geen opgemaakt

Het idee van een rotatieparking botst met het idee van de uitbreiding van de parking voor het congrescentrum.
Of krijgen we de som van beiden en bereidt men zich  voor op een parking van 1000 wagens, zoals het gerucht gaat.

b. De diepte en uitgestrektheid van de parking.

Voor de zes verdiepingen tellende parking onder de grond wordt er een diepe bouwput gegraven in waterrijk gebied (meersen). Daarom kiest de bouwheer voor een systeem om een bouwput  te graven tot op een waterdichte kleilaag , om te verhinderen dat het grondwater wordt weggemaald uit de omgeving. De gebouwen in de omgeving inclusief de middeleeuwse gebouwen en de OLV toren lopen inderdaad gevaar te scheuren.

De methode is echter zeer risicovol. Het is ondermeer niet zeker dat de brede ondoordringbare kleilaag over de uitgestrektheid van de parking inderdaad waterdicht is op 26m diepte, de diepte waarvoor hij opteert op basis van enkele boringen. De Dienst Ondergrond Vlaanderen, die alle diepteboringen in Vlaanderen bijhoudt, heeft documenten die erop wijzen dat de brede kleilaag op 35m diepte ligt.
Omwille van het risico van die diepe parkings, ongeacht de gebruikte technieken, heeft de burgemeester van Knokke verboden om nog parkings te bouwen van meer dan 2 verdiepingen onder de grond, behoudens speciale toelating.

De stad is niet bereid tussen te komen in geval van schade veroorzaakt door een dergelijke bouwput en later door de diepe parking. De burger zal maar zijn plan moeten trekken tegen de gehaaide verzekeringsmaatschappijen van de bouwpromotor. Het resultaat zal zijn dat de individuele burger jaàààren zal moeten wachten op vergoeding, als hij al kan aantonen dat zijn schade door de bouwwerken of door de diepte van de parking veroorzaakt wordt.

c. Schade door het vrachtverkeer tijdens de bouwwerken.

Vele huizen in de Meersen hebben weinig of zelfs geen fundering. Het is dan ook niet onwaarschijnlijk dat schade kan optreden door trillingen en dergelijke door het vrachtverkeer tijdens de werkzaamheden.. Ook hier is de stad niet bereid tussen te komen. Dus kan hetzelfde gezegd worden als hierboven.

d. Het MOH gebouw staat te dicht tegen de straat (op de rooilijn van de huidige muur).

Het viaduct gebouw wordt als het ware in de gevel gedrukt en de torentjes van het viaductgebouw zijn niet meer volledig zichtbaar. Daarmee verliest het meest gefotografeerde “poortgebouw” van Brugge uit 1938 zijn meest karakteristieke uitzicht.

Door de grootschaligheid en de hoogte van het gebouw van meer dan 16m, en liggend tegenover het eveneens hoog gebouw Zonnekemeers 1, geeft het MOH gebouw de straat een eng gevoel.
Bovendien is er door de positie van de publieksruimten in het gebouw een hinderlijke inkijk in de gebouwen aan de overkant van de straat.

 

e. Het gebouw is te grootschalig voor de activiteiten die men zegt te beogen.

De oppervlakte van het gelijkvloers is 1500m² (50m breed en 30m diep). Wat gaat men daarmee doen, geen mens gelooft dat dit alleen maar dient voor een museumcafetaria, een museumshop en toeristenonthaal. Bovendien museumshop en toeristenonthaal bestaan al in de Brugse binnenstad , of wil men die stadsdiensten elimineren en privatiseren? Op de eerste verdieping bevinden zich de drie filmzalen waar men een episode van de Brugse geschiedenis wil evoceren met 3D filmtechnieken. Die evocatie is een mooi initiatief maar dat eigenlijk op vele andere plaatsen kan verwezenlijkt worden, bijv. in de paviljoenen van het 19de eeuwse Sint Janshospitaal, zoals het eigenlijk vroeger reeds voorzien was of op het Kanaaleiland waar het merendel van de toeristen Brugge binnenkomen.  Men kan ook denken om een dergelijke evocatie te voorzien op de website van Brugge(men hoeft dan geen groot gebouw te bouwen),of bij uitbreiding ook een virtueel museum (men mist dan wel het 3D aspect).

Men schatte in 2007 de bouw-, inrichtings- en programmeerkosten op 15 miljoen EUR (het MOH gebouw alleen zonder de parking). Dat zal nu gezien de meerkosten van de grondstoffen, in het bijzonder voor koper ( want het origami dakenspel en de gevelplaten kant Zonnekemeers zijn in koper uitgevoerd) veel meer zijn. De kosten voor het onderhoud van een dergelijk gebouw (denk maar aan het wassen van al het glaswerk alleen al) , verwarming (denk maar aan het immense volume (50*30*16 m³)), koeling, electriciteit, apparatuur, personeel enz. zijn immens groot. We geloven niet dat de kosten gedekt worden door de inkomsten van 8EUR voor een film van een kwart uur voor 200 à 300.000 toeristen (als het goed gaat want de top musea halen tussen de 150.000 en 20à.000 toeristen per jaar), en de inkomsten van de museumshop en museumcafetaria.
MOH nv gaat dezelfde weg op als de nv Kunstcentrum, na een beginfase zal weldra overgestapt worden naar andere meer winstgevende commerciële activiteiten.
Trouwens de MOH nv bleef het antwoord schuldig op de vraag wat men ’s avonds gaat doen met de lege filmzalen? De architect toonde ook aan dat als men het gebouw een andere bestemming wil geven de binnenmuren heel gemakkelijk kunnen weggehaald worden . De ganse dakconstructie steunt op de buitengevels.

f. Door de grootschaligheid van het gebouw moet het koetsgebouw, een beschermd gebouw uit 1864 en horende bij het 19de eeuwse Sint-Janshospitaal, nodeloos gesloopt worden.

Dit gebouw is met al de verminkingen die het moest ondergaan (ondermeer door de architect zelf die nu het MOH gebouw ontwerpt) nog altijd beeldbepalend voor die hoek aan de Reie. Trouwens voor de bouw van de appartementen aan de andere kant van de Zonnekemeers op de plaats van de meubelfabriek van de firma Claeys, verplichtte de stad de promotor om de witgekalkte muren van de ateliers te laten staan omwille van het beeldbepalende karakter aan de kant van de Reie. Het ging alleen om de muren, van niet beschermde gebouwen. Die muren zijn inderdaad beeldbepalend maar dat geldt des te meer voor het koetsgebouw.

Blijkbaar kan voor de een wat voor de ander niet kan. Dat steekt blijkbaar bij de mensen. De stad is terecht streng voor het behoud van erfgoed en stadslandschap, maar ze moet consequent zijn voor alle projecten ook die van kapitaalkrachtige of invloedrijke promotoren.

g. Het gebouw is te hoog.

Door de inplanting op de roolijn springt de onaangepaste hoogte in het oog. Door de voorgestelde sloping van het koetshuis valt zogezegd de hoogte van het koetshuis als referentie weg. Dat is wellicht ook een bijkomende reden waarom het koetshuis moet verdwijnen. Elders in de binnenstad, ook bij het gebouw van de vroegere meubelen Claeys tegenover het koetshuis, moeten de nieuwe hoogtes passen met de  bestaande hoogtes van huizen ernaast. Bij het MOH gebouw wijkt men er duidelijk van af.

In de plaats daarvan wordt gerefereerd naar het recente reftergebouw van de verpleegsterschool.
Dat gebouw staat op enige afstand van het geplande MOH gebouw en zal bovendien verkocht (en gesloopt?) worden. Er wordt ook ten onrechte gerefereerd naar de oude ziekenzalen, die echter aan de bredere Mariastraat liggen en daar in het straatbeeld met de OLV kerk geïntegreerd zijn

h. Architectuur

We vinden de voorgestelde architectuur waardevol en een uiting van een eigentijdse opvatting, zoals de architectuur van Frank Ghery. Maar het concept werd half teniet gedaan door de gevelstructuur aan de kant van de Zonnekemeers. Daar wordt de gevel ,om begrijpelijke redenen gezien de inplanting en overeenstemming met de andere gebouwen in de straat, herleid tot een vlak bekroond met drie puntgevels en waarin glas en koperplaten afwisselen. De gevel wordt onderbroken waar het viaductgebouw met de torentjes de gevel binnendringt. De poging tot harmonisering met het straatbeeld is duidelijk niet geslaagd.

Zelfs als het gebouw kleinschaliger en voldoende ver van de rooilijn ingeplant zou zijn en als het concept van de architectuur niet verminkt zou zijn dan nog is het de vraag of het gebouw zou harmoniseren met de rest van de site?

In ieder geval is het te verkiezen om de open ruimtes in de stad te bewaren en uit te breiden om de verstening van de binnenstad tegen te gaan en het groen in de binnenstad te maximaliseren.

i. Verlies van het park op de site Oud Sint-Jan

De stad beweert dat de restruimte na het ondergronds brengen van de parking beplant zal worden met een boomgaard en boven de ondergrondse garage met een moestuin.
Maar dat blijkt helemaal niet uit de bouwvergunning. Het overgrote deel van de restruimte valt buiten de erfpacht. Er is trouwens ook geen “masterplan” en visie voor de site opgemaakt. Die bewering berust dus op niets en dient om de burger zand in de ogen te strooien

Het is bovendien bijzonder twijfelachtig of er veel restruimte zal zijn:

1. De technische diensten en de verpleegsterschool moeten blijven beschikken over een (weliswaar beperktere) bovengrondse parking.

2. De vrachtwagens voor de diensten en toelevering en voor het materiaal voor het opzetten van evenementen en de wagens voor de andere functies op de site moeten ook een bovengrondse parkeerruimte hebben, evenals de taxis en de bussen.

3. Al die wagens en hulpdiensten ( onder meer de brandweer) moeten beschikken over voldoen toe- en uitgangswegen en manoeuvreerruimte.

4. De ruimte boven de parking, die ietwat hoger ligt dan de begane grond is maar beperkt bruikbaar voor groenaanleg. Ook zullen de luchtafvoer en de nooduitgangen een plaats innemen.

5. Het huidige park moet verdwijnen voor het aanleggen van een voorlopige parking tijdens de werkzaamheden. De groendienst van de stad zegt zelf dat eenmaal een dergelijke voorlopige parking is aangelegd, het quasi onmogelijk is om daarop nog aanplantingen te laten gedijen.

 

 

De foto van de maquette is in die zin zeer misleidend, zelfs onjuist.