erfgoedforumbrugge

 

UNESCO – WERELDERFGOED

Samenvatting en lijst van aanbevelingen



1. Ook al worden op de lange termijn in Brugge aanzienlijke middelen aangewend voor restauratieprojecten, voor verbetering van de publieke ruimte en voor herwaardering van het culturele leven, doen er zich verontrustende signalen voor van een geleidelijke erosie van de markante universele waarden betreffende het Werelderfgoed gekend onder de naam “Historisch Centrum van Brugge”. De volgende gevaren bedreigen het geheel:

- de onduidelijke wettelijke toestand van het Werelderfgoed binnen de nationale wetgeving

- een nogal soepele benadering in verband met gebouwen die beschouwd worden als ‘van geringe waarde’

- eveneens een nogal soepele benadering betreffende wijzigingen in de stedelijke typologie

- ruimtelijke en economische ontwikkelingen in de onmiddellijke nabijheid van het stadscentrum en de visuele impact van belangrijke projecten met inbegrip van industriële installaties, in de omgeving.


Het wettelijk statuut van het Werelderfgoed binnen het raam van de nationale wetgeving, heeft tot doel de integriteit van het geheel van de aangewezen eigendom, mede door het aanduiden van een 50 meter beschermingszone rond een wettelijk beschermd monument. In de praktijk worden zware wijzigingen toegestaan. Zowel binnen de stad als in de aangrenzende gebieden staan er belangrijke gebouwen zonder wettelijke bescherming, ondanks hun essentiële bijdrage tot de integriteit van het geheel.


De Missie beveelt aan dat de voorstellen die zijn gedaan door de zich zeer professioneel opstellende monumentenzorgverenigingen, teneinde de perimeter erkend als Werelderfgoed, binnen de bestaande nationale wetgeving te beschermen als ‘stadsgezicht’, in detail zouden worden onderzocht en in overweging zouden worden genomen.


2. De herontwikkeling van bepaalde gebieden binnen de stedelijke structuur van Brugge respecteert de stedelijke morfologie niet, die bestaat uit besloten stedelijke percelen afgeboord door straten en paden binnen het historisch centrum. Deze stedelijke morfologie behoort tot de essentie van de waarden die aanleiding hebben gegeven tot de erkenning als Werelderfgoed van de stad als getuigenis van belangrijke evoluties in de commerciële en culturele ontwikkeling van Europa in de Middeleeuwen. Het is belangrijk dat nieuwe ontwikkelingen de stedelijke perceelsgewijze lay-out eerbiedigen.


De Missie beveelt aan dat voorafgaandelijk studies over stedelijke ontwikkeling binnen specifieke gebieden zouden worden ondernomen en uitgewerkt, met bindende besluiten wat betreft de stedelijke morfologie, zodat vooraf duidelijke voorwaarden worden gesteld voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen.


3. Nieuwe ontwikkelingen in de onmiddellijke nabijheid van het als Werelderfgoed erkende gebied vormen een bedreiging op een dubbel vlak. Grootschalige ontwikkeling van administratieve en commerciële complexen betekent een ernstige concurrentie voor essentiële stedelijke functies die worden verstrekt door de openbare en maatschappelijke instituten en die in nauw verband staan met de status van Werelderfgoed. Deze grootschalige ontwikkeling kan activiteiten wegleiden uit het historisch centrum. Geplande en geconcentreerde ontwikkeling vertaalt zich in nieuwe dominerende gebouwen binnen de ‘bufferzone’ met een te verwachten negatieve impact op het Werelderfgoed en op het omgevende culturele landschap. Tegelijk bestaat het risico dat als gevolg hiervan, bestaande gebouwen die bijdragen tot de uitzonderlijke universele waarde van het Werelderfgoed leeg komen te staan en vervallen geraken.


De Missie beveelt aan dat een effectieve binding zou worden aangemoedigd tussen de belangen van de stad Brugge en die van het historisch centrum erkend als Werelderfgoed, met betrekking tot behoud enerzijds, ontwikkeling anderzijds. De stad Brugge en de gewestelijke instanties voor de planning betreffende ontwikkeling, moeten rekening houden met de eisen gesteld door de instanties die zich met de monumentenzorg inlaten en moeten die opnemen in hun planningdocumenten.


4. Sommige projecten, uitgevoerd of in het vooruitzicht gesteld, binnen het Werelderfgoed of in de onmiddellijke omgeving ervan, tasten de visuele kwaliteit aan.


De Missie beveelt aan dat beoordelingsstudies betreffende de visuele impact zouden worden uitgevoerd in verband met belangrijke zichten vanuit of naar het Werelderfgoed. Hierbij moet worden rekening gehouden met de aanwezige historisch belangrijke visuele perspectieven. De resultaten van de ondernomen studies moeten worden opgenomen in de stedenbouwkundige planning als een middel om een ongunstige visuele impact op het Werelderfgoed te vermijden.


5. De Missie heeft vastgesteld dat er een aanzienlijke kloof bestaat tussen de ruimtelijke en economische ontwikkeling van de stad Brugge en het behoud en de promotie van de uitzonderlijke en universele waarden, van de integriteit en van de authenticiteit van het historisch centrum als Werelderfgoed.


Er bestaat geen wederzijds afgesproken beleidsplan voor het Werelderfgoed in Brugge, waarbij de Uitzonderlijke Universele Waarde van de stad zou zijn vastgesteld en hoe dit zich vertaalt met betrekking tot de bebouwde omgeving, de definitie van zichten van en naar de historische stad en haar algemene skyline. Er moet daarbij worden bepaald welke maatregelen vereist zijn om de Uitzonderlijke Universele Waarde te beschermen en hoe essentiële belanghebbenden (‘stakeholders’) kunnen meewerken om het vooropgestelde doel te bereiken.


De Missie beveelt aan dat het besturen van het Werelderfgoed Brugge historische stad zou versterkt worden en méér proactief zou worden gemaakt, teneinde de passende ontwikkelingen aan te moedigen, maar wel binnen afgesproken beperkingen. Dit vereist een algemeen beleidsplan, dat gebaseerd wordt op een vooraf afgesproken ‘Verklaring van Uitzonderlijke Universele Waarde’. De Missie oordeelt dat het nuttig zou zijn een Raadgevende Groep van deskundigen aan te stellen, in functie van het Werelderfgoed, die zou worden geraadpleegd voor grote projecten en die advies zou verstrekken over de geschiktheid van voorgestelde ontwerpen, en dit in een vroeg stadium van de bespreking.